De naamgever van de stichting, Antonie Marinus Roelse, werd geboren op 27 maart 1896 in Groenendijk, gemeente Hontenisse, in Oost Zeeuws Vlaanderen. Hij was het tiende kind van de dertien, die zijn ouders, Sara Overbeke en Cornelis Roelse, ter wereld hebben gebracht. Zijn vader werkte als brigadier bij de marechaussee, maar naast zijn werk beheerde hij een boerenbedrijfje aan de Eekseweg in Walsoorden. Daar heeft Anton Roelse zijn jongensjaren doorgebracht. Over die jeugd van Anton Roelse is niet veel bekend: zijn zus Cor heeft een belangrijk aandeel geleverd in de zorg voor het jongere broertje, want in het grote gezin was er naast het werk op de boerderij maar weinig tijd voor de opvoeding van de kinderen. Wel is bekend dat Anton, na een overstroming als gevolg van een dijkdoorbraak met het gezin op het dak heeft moeten vluchten, waarna hij enige tijd onderdak vond bij een oom in Vlissingen.

Verschillende broers van Anton -Hendrik, Leunis, Marinus -kozen voor een eigen boerenbedrijf, de oudste broer Bram emigreerde naar Amerika, maar Anton volgde het voorbeeld van zijn broer Johan, die bij de Heidemaatschappij te Arnhem werd opgeleid tot bosbouw kundige. In die hoedanigheid kreeg Anton Roelse een taak bij ontginningswerk, onder andere in Drenthe en Friesland. Tijdens een schaatspartij op de schaatsbaan Thialf bij Heerenveen leerde hij Grietje Dam kennen, dochter van Rieuwkje Hofstee en Hendrik Dam, een onderwijzer in Rotstergaast, die wegens ziekte vervroegd met pensioen werd gestuurd.

Grietje Dam was modiste en werkte aanvankelijk in Alkmaar, later in Lisse bij de hoedenzaak van mevrouw Schrama, van wie zij het bedrijfje overnam. Zij was toen getrouw d met Anton Roelse, die als gevolg van een overspanning een ernstige zenuwaandoening had opgelopen, op grond waarvan hij werd afgekeurd voor het werk bij de Heidemaatschappij.
Ondanks tegenwerking van de familie, die een verbintenis met een gedeeltelijk invalide man niet zo zag zitten, zette Grietje Dam het huwelijk door. Door haar bemiddeling kreeg Anton Roelse een betrekking als wisselloper bij de Twentsche Bank in Lisse.

Op 26 januari 1931 werd hun enige dochter geboren, Hendrika Sarina. Dit gezin was echter slechts een kort bestaan vergund, want Grietje Roelse-Dam overleed op 6 april 1934. De hoedenzaak kon evenwel worden voortgezet, door de inzet en medewerking van Trijntje Rouwkema, een achternicht van Grietje Dam, die als modiste meewerkte in de winkel.
Op 19 augustus 1935 sloot zij een huwelijk met Anton Roelse, waardoor zij de tweede moeder werd van Henny, een taak die zij op meer dan bewonderenswaardige wijze heeft vervuld. De familie Dam, vooral Renske, de oudste zuster van Grietje, heeft zich bijzonder ingespannen om het nichtje op te vangen dat na het overlijden van haar moeder dreigde te vereenzamen. Midden in de crisisjaren, die vooraf gingen aan de Tweede Wereldoorlog, was in de strijd om het bestaan thuis weinig aandacht mogelijk voor dit jonge meisje, dat daardoor een groot deel van haar kleuterjaren doorbracht bij haar grootmoeder en tantes in Oranjewoud.

Tijdens de oorlog werd de hoedenzaak verkocht, ook omdat Anton Roelse opnieuw ziek was geworden. Een ruggemergaandoening veroorzaakte een gedeeltelijke verlamming en zijn gezichtsvermogen ging sterk achteruit.
Met veel wilskracht en doorzettingsvermogen wist hij deze handicaps te overwinnen, maar zijn werk bij de Twentsche Bank moest hij opgeven. Hij bleef echter aktief als advertentie-acquisiteur en agent voor een verzekeringsmaatschappij.
Het kapitaaltje dat de verkoop van de winkel had opgeleverd, werd door de na-oorlogse geldsanering danig aangetast, maar door zakelijk inzicht en ondernemingszin wist hij het uit te bouwen tot een bescheiden vermogen dat thans voor een deel ten grondslag ligt aan het kapitaal van de Stichting A.M. Roelse.

Henny Roelse was op 16 juni 1954 getrouwd met Bastiaan Cornelis van der Valk, die met financiële steun van zijn schoonvader sociologie had gestudeerd in Amsterdam. Sinds 1957 werkte hij als assistent personeelschef bij Bendiens Confectieateliers in Almelo. In 1960 verhuisde Anton Roelse met zijn vrouw eveneens naar Almelo, waar hij een huis had gekocht aan de Wethouder Hinnenlaan 3,schuin tegenover de woning van Henny en Bas die aan de Wethouder Schotveldlaan 24 woonden. Toen Bas in Zwolle kwam te werken bij de Electriciteits Maatschappij Ijsselcentrale lieten zij samen een dubbele woning bouwen aan de Roland Holststraat, waarheen zij in 1965 verhuisden.

Hier hebben Anton Roelse en zijn vrouw hun laatste levensjaren doorgebracht. Helaas ging hij geestelijk hard achteruit, maar lichamelijk bleef hij in redelijke conditie. Tijdens een wandeling in de buurt kwam hij echter te vallen, wat de inleiding werd tot zijn overlijden op 4 juni 1971. Zijn vrouw Tine overleed op 1 augustus 1978 in het verpleeghuis Het Zonnehuis, waar zij enige jaren na het overlijden van haar man was opgenomen, na verschillende hersenbloedingen die haar geestelijk en lichamelijk hadden gesloopt.

Toen zij nog helder van geest was is, in overleg met haar, op 27 maart 1972, de Stichting A. M. Roelse in het leven geroepen, waarvan zij de eerste voorzitter was.De doelstelling van de stichting is op de eerste plaats het beheer van ’t Valkenest in Havelte, bedoeld als ontmoetingsplaats voor de nakomelingen van Anton Roelse en hun gezinnen om hen op die manier contact te laten houden. Zowel de familie Roelse als de families Dam en Rouwkema hadden en hebben een sterke onderlinge familieband. De stichting heeft als duidelijk doel dergelijke banden te onderhouden en te bevorderen. Niet als doel in zichzelf , maar als gezamenlijk steunpunt om in de samenleving te kunnen functioneren op de plaats waarop wij daarin zijn gesteld- Het tweede doel is het scheppen van studiemogelijkheden, in de ruimste zin, voor de nakomelingen van Anton Roelse, die zelf veel waarde hechtte aan scholing en opleiding. Bij zijn leven heeft hij daar duidelijk blijk van gegeven en het is in die geest dat de stichting daar naar mogelijkheden financiëel toe wil bijdragen. De gedachte achter deze praktische doelstellingen is de nakomelingen van Anton Roelse in staat te stellen zich individueel en als deel van de menselijke samenleving optimaal te ontplooien.